Hoe wordt rode wijn gemaakt?

Hoe wordt rode wijn gemaakt? Na de pluk van de druiven worden slechte trossen uit de oogst gehaald. De wijnmaker beslist nu of hij tijdens de vergisting de steeltjes of een gedeelte hiervan mee laat gisten. De steeltjes bevatten namelijk tannine, die de wijn wat extra bitters kan geven. De druiven worden dan gekneusd en in een gistvat gepompt. Om rode wijn te verkrijgen wordt de most (het mengsel van schillen, vruchtvlees en pitten) gedurende een bepaalde periode (tegenwoordig tot twee weken) met de druivenschillen vergist. Tijdens het gistingsproces worden de aanwezige suikers in de most omgezet in alcohol. De kleurstoffen in de schil geven de wijn een rode kleur mee. De rode tint van wijn wordt bepaald door onder andere het gebruikte druivenras. De kleur en tint kunnen gedurende de lagertijd veranderen. Jonge rode wijn is vaak paarsig van kleur. Oude wijnen neigen wel eens naar oranje. Zoveel wijnen, zoveel roodtinten zijn er.

De meeste rode wijnen zijn “stille wijnen”. Dit zijn wijnen die geheel zijn uitgegist en tot rust gekomen. Omdat elke type druif in verschillende wijnstreken anders rijpt zullen er evenzoveel verschillende smaken ontstaan. De meeste rode wijnen zijn “droog” van smaak. Dat wil zeggen dat tijdens de gisting nagenoeg alle suiker in de druif is vergist. Er zit nog maar weinig suiker in de wijn. Rode wijnen kunnen ook zoet zijn. Dan zit er zoveel suiker in de druiven dat deze niet allemaal tijdens de gisting kan worden omgezet. De achterblijvende suiker maakt de wijn zoeter. Omdat tijdens de gisting van de most de suiker niet alleen wordt omgezet in alcohol maar ook in koolzuur, is het ook mogelijk een rode wijn mousserend te maken. Na het gistingsproces gaat de wijn op het vat. Dit kan een nieuw of gebruikt eikenhouten vat zijn of een stalen tank. Eikenhout geeft geur en smaak aan de wijn. Hoe jonger het vat, hoe meer geur en smaak. In het vat of de tank gaat de wijn werken en wordt deze zachter. Dit komt door de malolactische gisting, de omzetting van appelzuur in melkzuur. Tot slot wordt de wijn helder gemaakt en gebotteld. Dit proces wordt ook wel de traditionele vinificatie genoemd. Deze wijnen bevatten over het algemeen redelijk wat tannine en hebben tijd nodig om op dronk te komen. Tegenwoordig worden ook andere manieren gebruikt om rode wijn te maken, waarbij de druiven in grote stalen tanks aan het gisten worden gebracht. Na de uiteindelijke botteling zijn deze wijnen direct geschikt voor consumptie. Deze wijnen kunnen over het algemeen niet opgelegd worden en hebben een kortere levensduur.

De invloed van eikenhouten vaten

Eikenhout beïnvloedt de smaak van de wijn. belangrijke factoren hierbij zijn het gebruikte hout, nieuwe of oude vaten, de grootte van de vaten en de mate van branden van het hout voor gebruik. Een nieuw vat geeft meer smaak af en een kleiner vat heeft in verhouding meer hout tot een groter vat, waardoor er ook meer smaak aan de wijn komt. Oudere vaten hebben minder invloed op de smaak, maar laten meer zuurstof door, waardoor de wijn zachter wordt. Hoe meer een vat gebrand is, hoe meer vanille en hoe minder tannine er aan de wijn wordt afgegeven. Tot slot geeft Amerikaans eiken meer vanilletonen aan de wijn dan bijvoorbeeld Frans eiken. Afhankelijk van de rijpingstijd op het vat heeft de wijn tijd nodig om op dronk te komen.

Er zijn vele soorten blauwe druivenrassen, waaronder een aantal zeer bekende: cabernet sauvignon, merlot, pinot noir, syrah/shiraz, tempranillo, carmenère, cabernet franc.

Bron: wikipedia; de wijnwereld van Michel van Tuil

Tweets

The Twitter API appears to be down :O