Wijn, een algemene uitleg

De allereerste wijnen dateren reeds van 8500 voor Christus in het gebied waar nu Rusland en Iran liggen. In noordelijk Iran zijn wijnkruiken van 9 liter uit die tijd teruggevonden. Later heeft de wijn zich verspreid via Egypte, Israël en Jordanië . Vanaf 2000 voor Christus verovert de wijn ook Griekenland. Zij hebben op hun beurt de wijn weer verspreid naar Noord-Afrika, Zuid-Spanje, Zuid-Frankrijk en Zuid-Italië. Vanaf het begin van onze jaartelling zijn het vooral de Romeinen geweest die de wijn naar de tegenwoordig wereldberoemde gebieden in onder meer Frankrijk (o.a. Bordeaux, Champagne, Rhône, Bourgogne, Loire) hebben gebracht. Na de val van het Romeinse rijk heeft de kerk de wijnbouw bewaard voor het nageslacht. Zij bracht haar zelfs tot grote bloei tussen 1000 en 1700. In de 18e en 19e eeuw kreeg de kwaliteit de overhand en deden de wijnfles en de kurk hun intrede. In de tweede helft van de 19e eeuw zijn vele Europese wijngaarden vernietigd door de druifluis. Maar doordat er nieuwe druivenstokken zijn aangeplant die geënt waren op Amerikaanse onderstammen heeft de wijnbouw in de 20e eeuw een enorme groei kunnen doormaken. Dit komt niet alleen door alle veranderende technieken, maar ook door de intrede van wat wel de Nieuwe Wereld genoemd wordt.

 

Belangrijke factoren voor de wijnbouw zijn:

  • de geografische ligging: er is wijnbouw mogelijk tussen de 30e en de 50 graad noorder- en zuiderbreedte.
  • klimaat: het mag niet te koud zijn in de winter, niet te droog in het voorjaar, warm genoeg in de zomer met af en toe wat neerslag en voldoende warm en droog in de herfst.
  • weersgesteldheid: vorst, regen, hagel, storm en enorme temperatuursverschillen hebben een negatieve invloed op de ontwikkeling van de druiven.
  • bodem: hoe schraler de bodem, hoe beter de kwaliteit. Een steenachtige bodem, met vochtdoorlatende bovenkant bevordert de ontwikkeling van de druif. De wijnstok moet dan namelijk de wortels diep de grond in laten gaan. Hierdoor kunnen veel smaakstoffen worden meegenomen door de sappen in de wortels.
  • ligging van de wijngaard: de hoeveelheid zon die de wijngaard krijgt bepaalt mede de rijpingstijd van de druif. Dit is ook afhankelijk van het gebied waar de druiven groeien. Ook water speelt hierbij een rol. Water kan namelijk warmte of koelte afgeven aan de druivenstokken.
  • druivenras: elk druivenras heeft andere eigenschappen die geur en smaak aan de wijn geven.

Wijn bestaat uit de volgende onderdelen:

  • alcohol: dit kan elk jaar een ander percentage zijn, afhankelijk van de omstandigheden waaronder de druiven gegroeid zijn.
  • zuren: deze spelen een rol van betekenis bij de smaak en kwaliteit van de wijn. Het zuurgehalte in de wijn behoort tussen de 4,5 gram en 9 gram per liter te liggen. Anders heeft dit een nadelige invloed op de smaak.
  • tannine: bij rode wijn. Zorgt voor de houdbaarheid van de wijn.
  • suiker: de belangrijkste zijn fructose en glucose, die in de rijpe druif voorkomen en tijdens de gisting worden omgezet in alcohol en koolzuurgas. Er blijft altijd een spoortje suiker in de wijn over. Dit is belangrijk voor de totale smaak van de wijn. Het suikergehalte in wijn varieert tussen de 4 en 45 gram per liter.
  • glycerine: zorgt voor een prettige afronding.
  • aroma’s: de geuren in de wijn.
  • esters: dit zijn de stoffen die de wijn een aangename geur en smaak geven.
  • metaalverbindingen: natuurlijke metaalverbindingen in kleine hoeveelheden.
  • cellulose: een te hoog gehalte kan leiden tot een slijmerig bezinksel, wat de smaak nadelig beïnvloedt.

Dit alles tezamen bepaalt uiteindelijk de geur en de smaak van de wijn.

Meer weten over biologische wijn? Klik hier.

 Meer informatie over druivenrassen en waar ze verbouwd worden? Klik hier

Meer weten over Franse wijn? Klik hier

Bron: de wijnwereld van Michel van Tuil

 

Tweets

The Twitter API appears to be down :O